Spring naar content

Start

Codewoord

Nieuw

Atletiek

Atletiek is al een hele oude sport, vaak doe je dit alleen, maar het kan ook in groepen. Atletiek bestaat uit veel verschillende onderdelen die vooral met drie verschillende bewegingen wordt gedaan, namelijk: lopen, springen en werpen. Atletiek wordt over het algemeen buiten gedaan op een ovalen baan van 400 meter lang. Hier worden de loop onderdelen gedaan zoals hardlopen en hordelopen. Op het middenterrein van de baan, worden de spring en werponderdelen gedaan zoals: verspringen en discuswerpen. Hieronder kun je lezen welke onderdelen er zoal zijn in de sport atletiek.

Looponderdelen

Hierbij is het de bedoeling dat de deelnemers zo snel mogelijk de gegeven afstand lopen.

  • Estafettes

Dit onderdeel wordt in teams gedaan. Je hebt een team van 4 atleten, die bijvoorbeeld bij de 400 meter om de beurt 100 meter moeten lopen. De atleten lopen met een stokje in hun hand, de volgende mag pas gaan lopen wanneer hij het stokje heeft gekregen van een andere atleet.

  • Hardlopen

Hierbij moeten de deelnemers zo snel mogelijk de afstand lopen, zonder obstakels. Je hebt verschillende afstanden, zoals de 100,200 en 400 meter.

  • Hindernislopen

Hierbij is het de bedoeling dat de deelnemers zo snel mogelijk de afstand lopen terwijl ze over horden heen moeten springen. Ook hier heb je verschillende soorten afstanden, zoals de 60,100 en 110 meter.

Terug naar boven

Springonderdelen

  • Hink-stap-springen

Dit wordt ook wel de driesprong genoemd, je springt namelijk in 3 "stappen". Je springt in dezelfde bak als dat je dat bij verspringen doet, alleen moet je hier voordat je springt bepaalde dingen doen. Je moet na je eerste afzet, landen op hetzelfde been als waar je je mee afgezet hebt, daarna een stap zetten, dan land je met je andere been en dan pas maak je de sprong, die er hetzelfde uitziet als bij het verspringen.

  • Hoogspringen

Hier is het de bedoeling dat de atleten zo hoog mogelijk springen, ze moeten over een balk heen springen en er voor zorgen dat deze niet naar beneden valt, dan pas telt de sprong

  • Polsstokhoogspringen

Net als bij hoogspringen moeten de atleten zo hoog mogelijk springen. Bij het polsstokhoogspringen zetten ze zich af met een stok tegen de grond zodat ze veel hoger kunnen komen dan bij het gewone hoogspringen.

  • Verspringen

Hier moeten de atleten eerst een aanloop nemen en dan zo ver mogelijk springen in een bak met zand.

Terug naar boven

Werponderdelen

  • Kogelstoten

Bij het kogelstoten moet een ronde kogel zo ver mogelijk weg te stoten. Je mag de kogel niet gooien, alleen stoten. Dit betekent dat je de kogel in de nek legt en eigenlijk alleen je arm mag strekken. Wel mag je om extra vaart te maken rondjes draaien in een cirkel, zodat de bal verder weg gaat.

  • Speerwerpen

De atleten gooien nadat ze een aanloop hebben genomen een speer zo ver mogelijk weg. De deelnemer die het verst gooit wint.

  • Tienkamp

De tienkamp bestaat uit 10 verschillende sporten en is verdeeld over 2 dagen.
Voor mannen en vrouwen zijn de sporten hetzelfde, alleen de volgorde is anders.

Zo zien de twee dagen eruit:

Tienkamp: eerste dag

  • 100 m
  • verspringen
  • kogelstoten
  • hoogspringen
  • 400 m

Tienkamp: tweede dag

  • 110 m horden
  • discuswerpen
  • polsstokhoogspringen
  • speerwerpen
  • 1500 m

Mannen doen vaak de tienkamp terwijl vrouwen meestal de zevenkamp doen.

  • Triatlon

Bij de triatlon worden eigenlijk meerdere sporten in één gedaan, namelijk zwemmen, fietsen en hardlopen. Dit gebeurt ook in deze volgorde. De originele triatlon bestaat uit 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en het lopen van de marathon afstand, die bijna 42 kilometer is. Omdat dit heel erg grote afstanden zijn, zijn er tegenwoordig ook kortere triatlon, zoals de halve, de kwart en de achtste triatlon.

  • Zevenkamp

De zevenkamp bestaat uit 7 verschillende sporten en is verdeeld over 2 dagen, voor mannen en vrouwen is dit verschillend. Zo ziet de zevenkamp eruit voor vrouwen:

Eerste dag

  • 100 m hordelopen
  • hoogspringen
  • kogelstoten
  • 200 m sprint

Tweede dag

  • verspringen
  • speerwerpen
  • 800 m hardlopen

Zo ziet de zevenkamp eruit voor mannen, voor mannen is er alleen binnen een zevenkamp:

Eerste dag

  • verspringen
  • 60 m sprint
  • kogelstoten
  • hoogspringen

Tweede dag

  • 60 m hordelopen
  • polsstokhoogspringen
  • 1000 m hardlopen
Terug naar boven

Balsporten

  • Badminton

Badminton wordt gespeeld met een racket. Je slaat hierbij geen bal, maar een shuttle. De shuttle wordt gemaakt van veren die in een punt samenkomen. De shuttle wordt heen en weer over een net heen geslagen. Als de shuttle de grond raakt aan de kant van de tegenstander, dan heb je een punt gescoord. Wanneer je de shuttle buiten de lijnen slaat, dan is het uit en dan is het een punt voor de tegenstander. Een partij van badminton duurt net zo lang totdat 1 speler 2 games heeft. Om 1 game te winnen moet je 21 punten scoren. Voordat je een game wint moet er wel een verschil van 2 punten zijn.

  • Basketbal

Bij basketbal heeft elk team 5 spelers. De bedoeling is dat je de bal door een ijzeren ring die de basket heet probeert te gooien. Je mag niet lopen met de bal, tenzij je de bal blijft stuiteren. De wedstrijd is afgelopen als de vooraf tijd is verstreken. Het team met de meeste punten wint dan! Een wedstrijd duur 40 tot 60 minuten.

  • Bowlen

Bowlen is een sport waarbij je met een zware bal over een rechte baan moet rollen om zoveel mogelijk kegels om te krijgen. Op de meeste bowlingbanen staan 10 kegels. Je hebt 2 kansen om deze allemaal om te gooien. Gooi je ze allemaal in 1 keer om, dan heb je een strike, doe je dit in 2 keer dan heb je een spare. Wanneer je niet alle kegels omgooit dan worden gewoon het aantal kegels wat je omgegooid hebt geteld. Als een speler een strike geworpen heeft, krijgt hij de punten van de twee worpen erna bij de tien punten van de strike zelf. Zo kan een strike dus maximaal 30 punten opleveren. Bij een spare komt er maar één worp extra bij. Een spare kan dus maximaal 20 punten opleveren.

Als iemand bij de tiende en laatste beurt een strike gooit dan mag hij nog 2 beurten extra. Bij een spare in de laatste beurt, dan mag hij nog 1 beurt extra.

  • Cricket

Cricket is een zeer ingewikkelde sport en moeilijk om uit te leggen.

Cricket wordt gespeeld door twee teams. Elk team bestaat uit elf spelers. De sport wordt gespeeld op een ovaalvormig veld met een rechthoekige ‘pitch' in het midden. Aan ieder uiteinde van de pitch staat een ‘wicket'. Een wicket is een aantal paaltjes naast elkaar met een stuk hout erop, het is de bedoeling voor het team dat aan slag is(de batters) dat deze niet valt. De wedstrijd bestaat uit twee helften, waarin de beide teams om de beurt ‘batten' of ‘fielden'. Batten betekent dat je aan slag bent, met twee spelers van je team, en probeert ‘runs' te maken. Je probeert het zo lang mogelijk vol te houden. Fielden betekent dat je met het hele team aan het werk bent om te scoren van runs te verhinderen of de spelers die aan slag zijn ‘uit' te maken. De fieldende partij heeft een aantal ‘blowers', die om de beurt een aantal ballen in de richting van een wicket gooien. Achter dat wicket zit de ‘wicketkeeper', hij is ook één van de fielders. De rest van de fielders staat verspreid over het veld.

Voor het wicket staat een ‘batsman'. Deze zal proberen de bal weg te slaan. Als dat lukt zetten de beide ‘batsmen' het op een lopen. Als ze allebei het andere wicket bereiken, is er een run gescoord. En als ze nog een aantal keer lopen, dan gaat de batsman uit en dan wordt deze vervangen door een volgende, tot er geen tweetal meer over is. Dat heet ‘all out'. Dan is de pauze en daarna draaien de rollen om. Wie uiteindelijk de meeste runs heeft gescoord is de winnaar.

  • Golf

Golf is een sport waarbij een kleine bal met een golfclub van de afslagplaats weggeslagen wordt in de richting van een klein gaatje waar de bal net inpast  die aangeven wordt met een vlag. Dit heet een hole. Een golfclub is een lange stok die een beetje op een hockeystick lijkt. Het doel is om de bal in zo min mogelijk slagen in de hole te doen belanden. Golf wordt gespeeld op een golfbaan, deze zijn altijd buiten en meestal erg groot. Een spel golf bestaat meestal uit 16 holes, dat zijn dus 16 balen. Bij elke baan is een bepaald aantal slagen verwacht. Het is de bedoeling om onder dit getal te blijven, om de meeste punten te scoren. Als je de bal in een keer in de hole slaat, dan heet dit een hole in one.

  • Handbal

Handbal wordt gespeeld met 6 spelers en 1 doelman per team. Je scoort een doelpunt door de bal in het doel van de tegenstander te werpen. Je mag van elke plek de bal in het goal werpen, maar je mag de grond binnen de lijnen om het doel niet raken. Wel mag je springen en dan in de lucht werpen. Handbal kan zowel binnen als buiten gespeeld worden. Een echte wedstrijd duurt 2 x 30 minuten.

  • Hockey

Hockey is een balsport die met een stick wordt gespeeld, de spelers mogen de bal niet aanraken met hun handen of voeten. Het is de bedoeling dat de bal in de goal van de tegenstander beland. Hockey wordt buiten gespeeld op een grasveld. Elk team heeft 10 spelers en een keeper. Een hockeywedstrijd duurt twee keer 35 minuten. Er mag alleen op doel geschoten worden vanuit binnen de cirkel bij het doel. Dit betekent dat je alleen mag schieten binnen de afstand van 14,63 meter.

Terug naar boven
  • Honkbal

Met Honkbal bestaat een wedstrijd uit 9 delen, deze delen heten innings. Elke inning is ook weer in 2 delen gedeeld, eerst mag het ene team aanvallen en daarna het andere team. Wanneer je mag aanvallen dan is het de bedoeling dat je de bal met een knuppel zo ver mogelijk weg slaat. Iemand van het verdedigende team gooit de bal dan naar je toe. Je moet dan een rondje rennen langs vier honken, als je bij het laatste honk bent dan heb je een punt geslagen. Als de verdedigers ervoor zorgen dat de bal eerder bij het honk is dan jij, dan ben je uit. Als er 3 mensen van je team uit zijn, dan wissel je en moet jouw team verdedigen.

  • Kaatsen

Kaatsen komt eigenlijk uit Friesland, deze sport wordt met 3 tegen 3 gespeeld. Je slaat hierbij de bal, met je handpalmen, het lijkt best op tennis, maar hierbij gebruik je dus geen racket. Als de tegenstander niet bij de bal kan en in het juiste gedeelte komt, dan scoor je een punt. De puntentelling is ongeveer hetzelfde als bij tennis, ook hier is het niet mogelijk om gelijk te spelen.

  • Rugby

Rugby wordt door twee teams van 15 spelers met een eivormige bal buiten op een grasveld. Een wedstrijd duurt 2 keer 40 minuten. Na de eerste 40 minuten wisselen de teams van speelhelft. Het doel van het spel is om als team zoveel mogelijk punten te halen. Je kunt op verschillende manieren punten halen. De meeste punten behaal je door de bal bij de tegenpartij in het goalgebied op de grond te drukken, dit is 5 punten waard. Je kunt ook 3 punten scoren, dit doe je door de bal eerst te laten stuiteren en dan over de lat tussen de twee doelpalen door te schieten, of door de bal vanaf de grond daar doorheen te schieten. Als bonus na het scoren van punten krijg je nog een kans om op goal te schieten, dit kan 2 punten opleveren.

De spelers proberen met de bal in de handen zover mogelijk in de buurt van de goallijn van de tegenstander te komen, de tegenstander zal dit proberen te verhinderen door de spelers proberen te tackelen.

  • Softbal

Softbal lijkt heel erg op honkbal, er verschillen wel een paar dingen. De bal is groter, het veld is kleiner, de wedstrijd duurt korter en de werper van de bal, de pitcher, gooit onderhands in plaats van bovenhands

Met softbal bestaat een wedstrijd uit 7 delen, deze delen heten innings. Elke inning is ook weer in 2 delen gedeeld, eerst mag het ene team aanvallen en daarna het andere team. Wanneer je mag aanvallen dan is het de bedoeling dat je de bal met een knuppel zo ver mogelijk weg slaat. Iemand van het verdedigende team gooit de bal dan naar je toe. Je moet dan een rondje rennen langs vier honken, als je bij het laatste honk bent dan heb je een punt geslagen. Als de verdedigers ervoor zorgen dat de bal eerder bij het honk is dan jij, dan ben je uit. Als er 3 mensen van je team uit zijn, dan wissel je en moet jouw team verdedigen

  • Squash

Squash wordt net als tennis gespeeld met een racket, het lijkt ook erg veel op tennis. Wat wel een groot verschil is, is dat de spelers niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Ze slaan de bal tegen een muur zodat hij terug kaatst, daarna moet de volgende de bal slaan. Er wordt een punt gescoord wanneer de bal 2 keer stuitert en de tegenstander er dus niet meer op tijd bij kan. De speler die het eerst 9 punten heeft wint de set. Wordt het 8-8, dan mag de speler die ontvangt(dus niet serveert) kiezen of er tot de 9 of 10 punten wordt gespeeld. Wanneer de wedstrijd voorbij is, kan verschillen. Meestal is het zo dat degene die het eerst 2 of 3 sets heeft gewonnen.

  • Tafeltennis

Tafeltennis speel je net als Tennis niet met je handen of voeten, maar ook met een soort racket. Dit racket heet een batje. Het veld is zoals je aan de naam al kan zien, een tafel. Je hoeft dus niet veel te rennen. Je kunt een punt scoren door er voor te zorgen dat de tegenstander niet meer bij de bal kan, of door ervoor te zorgen dat de bal twee keer stuitert op de helft van de tegenstander. De twee helften zijn door de helft gedeeld door een net. Als de bal bij de eerste stuit op de grond komt is het een punt voor de tegenstander.

  • Tennis

Tennis is een sport waarbij je niet met je handen of voeten speelt, maar met een racket. Je kunt een punt scoren door er voor te zorgen dat de tegenstander niet meer bij de bal kan, of door ervoor te zorgen dat de bal twee keer stuitert op de helft van de tegenstander. De twee helften zijn door de helft gedeeld door een net. Als de bal bij de eerste stuit buiten de lijnen is, dan is het punt voor de tegenstander.

  • Trefbal

Trefbal is een balsport die veel op scholen bij gym wordt gespeeld. Het spel lijkt op tikkertje, maar dan met een bal. Het spel wordt gespeeld in twee teams, die elk een eigen helft van het speelveld hebben. De partij die de bal heeft, probeert iemand van de andere partij te raken op het lichaam. Je mag niet op iemand zijn hoofd gooien. Het telt niet als de bal eerst de grond raakt voordat een persoon geraakt is. Als iemand wordt geraakt, is hij af en wordt uit het spel gehaald. Als de bal wordt gevangen, is de werper af en wordt uit het spel gehaald en mag meestal een medespeler van de speler die de bal gevangen heeft weer terug het spel in. Trefbal kan ook gespeeld worden met meerdere ballen.

  • Voetbal

Bij voetbal zijn er twee teams van 11 spelers en is het de bedoeling dat je de bal bij het andere team in het doel schopt. Niemand in het veld mag de bal aan raken met zijn handen, behalve de keeper, dat is degene die er probeert voor te zorgen dat het andere team geen doelpunt maakt.

Een echte wedstrijd is afgelopen na 90 minuten voetballen, het team met de meeste punten wint dan!

  • Volleybal

Een volleybalteam bestaat uit 6 spelers. Volleybal wordt gespeeld op een veld met een net tussen de twee helften. Er wordt gespeeld met een bal, de bal mag niet vastgehouden worden maar alleen aangetikt worden. De bal mag 3 keer op je eigen helft aangeraakt worden. Bij de derde keer moet de bal naar de overkant geslagen worden. Als dit niet gebeurt, dan heeft de tegenstander een punt. Ook scoort de tegenstander een punt wanneer iemand van jou team de bal uitslaat. Je kunt een punt scoren door de bal op de helft van de tegenstander te laten stuiteren. Een wedstrijd is voorbij als een van de teams 3 sets heeft behaald. Als je 25 punten behaald hebt, dan win je één set.

Terug naar boven

Danssport

  • Ballet

Ballet is een klassieke dansvorm, het is eigenlijk de basis van alle dansvormen. Ballet is gebonden aan een aantal vastgelegde technieken.

  • Breakdance

Breakdance is een moderne dansstijl. Bij breakdance zijn inmiddels heel veel verschillende moves ontwikkeld. Breakdance heeft allerlei bewegingen overgenomen uit onder andere traditionele Afrikaanse dans, Chinese vechtsporten en de Braziliaanse vechtsport capoeira. Breakdancers zijn vaak erg lenig omdat ze vaak erg moeilijke danspassen moeten kunnen. Enkele voorbeelden van moves zijn:

  1. Freeze: De bedoeling van een freeze is om het lichaam stil te krijgen, oftewel 'bevriezen'. Sommige freezes worden op de grond gedaan, anderen worden via een handstand uitgevoerd.
  2. Headspin: Bij een headspin draait de breakdancer rondjes terwijl hij op zijn hoofd staat.
  3. Sixstep: De sixstep is een basisbeweging van het breakdance. De naam zegt het al, het bestaat uit zeven stappen. Je begint vanuit de opdruk positie en dan draai je in 6 stappen een rondje terwijl je lichaam zo dicht mogelijk langs de grond blijft.
  • Stijldans

Stijldansen is een sport waarin volgens strakke regels in paren bij een stijl behorende figuren gedanst worden, op de specifiek daarbij behorende muziek.

Stijldansen wordt niet alleen nationaal maar ook internationaal als danssport in wedstrijdverband gedanst

  • Zumba

Zumba is een fitnessprogramma dat is gebaseerd op Latijns-Amerikaanse dans, zoals de salsa, en de samba. Het is opgezet door Alberto 'Beto' Perez, een Colombiaanse danser en choreograaf uit Miami. Bij zumba worden fitnessoefeningen op muziek gedaan, dit is te vergelijken met aerobics

De naam zumba komt uit het Colombiaans-Spaans en het betekent  snel bewegen en lol hebben

  • Streetdance

Streetdance is een verzamelnaam van dansvormen die niet zijn ontwikkeld in dansscholen, maar op straat, in clubs en middelbare scholen. Het is een sport waarbij improvisatie erg belangrijk is, ook is de aanmoediging van omstanders erg belangrijk en hebben de dansers vaak veel contact met de omstanders en mededansers. Streetdance wordt in Nederland vaak op sportscholen onderwezen. Er zijn ook een aantal gespecialiseerde hiphop/streetdance dansscholen in Nederland.

  • Jazzdans

Jazzdans of jazzballet lijkt in sommige aspecten erg op klassiek ballet, maar er wordt zoals de naam al zegt vooral op jazzmuziek gedanst. Ook wordt er op andere populaire muziekstijlen gedanst. De bewegingen op de muziek zijn ook een stuk losser dan bij klassiek ballet

  • Linedance

Linedancen wordt in één of meer rijen gedaan, iedereen maakt dan dezelfde bewegingen. Vroeger werd linedancen alleen op countrymuziek gedaan, maar tegenwoordig ook op andere muziekstijlen zoals: pop, rock en salsamuziek.

Terug naar boven

IJs/sneeuwsporten

  • IJshockey

IJshockey wordt niet met een bal gespeeld, maar met een puck, dat is een kleine platte schijf. Omdat ijshockey natuurlijk op het ijs wordt gespeeld is het niet handig om met een bal te spelen. IJshockey wordt net als gewoon hockey met een stick gespeeld, maar wordt gedaan op schaatsen. Een ijshockey wedstrijd bestaat uit 3 periodes van 20 minuten per periode. Elk team heeft 5 spelers en een keeper in het veld staan. Je kunt een punt scoren door de puck in de goal van de tegenstander te slaan. Opvallend aan ijshockey is dat dit één van de weinige sporten is waar je ook achter de goal nog verder kan spelen en de bal kan niet uit.

  • Snowboarden

Snowboarden is een sport die gedaan wordt op een plank, waar je met beide benen aan vast zit, het lijkt een beetje op een skateboard zonder wielen. Snowboarden kent grof gezegd 3 soorten, namelijk de afdaling, waarbij het de bedoeling is dat je zo snel mogelijk de piste afbent en het freestylen, hier is het de bedoeling dat je zo veel, zo goed en zo origineel mogelijke trucjes doet tijdens de afdaling of in de halfpipe. Verder kent het snowboarden ook nog de slalom, hierbij staan er paaltjes waar je om de beurt links en rechtsom omheen moet.

Snowboarden doen ook veel mensen in de vakantie, wanneer ze op wintersport gaan. Dit is dan niet in wedstrijdverband. Het is ook mogelijk op allerlei verschillende niveau's. Zo is de makkelijkste piste de groene piste en de moeilijkste de zwarte.

  • Skiën

Skiën is een sport die gedaan wordt op 2 planken, aan elke been zit één plank vast, hier zit je aan vast geklikt. Dit is een typische wintersport. Vooral de afdaling, de slalom en het Freestyle skiën zijn erg bekend.

Bij de afdaling is het de bedoeling dat je in een zo kort mogelijke tijd beneden aan de helling bent. Bij de slalom moet je om de beurt links en rechtsom de paaltjes die op het parcours staan. Met Freestyle worden de skiërs beoordeeld op het maken van tricks en de uitvoering daarvan.

Skiën doen ook veel mensen in de vakantie, wanneer ze op wintersport gaan. Dit is dan niet in wedstrijdverband. Het is ook mogelijk op allerlei verschillende niveaus. Zo is de makkelijkste piste de groene piste en de moeilijkste de zwarte.

  • Kunstschaatsen

Kunstschaatsen wordt vooral binnen op een schaatsbaan gedaan. De schaatsers maken rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs. Dit wordt gedaan met zijn tweeën of alleen. Verder heb je bij het kunstschaatsen nog een aparte tak, namelijk die van het IJsdansen het grote verschil met het originele kunstschaatsen is dat de schaatsers hierbij geen sprongen maken. Soms bepaald de wedstrijdleiding welke dans gedaan moet worden en soms mogen de schaatsers dit zelf doen.

  • Schaatsen

Schaatsen doen veel mensen in de winter, wanneer er ijs op de sloten en grachten ligt. Helaas kan dit dus niet het hele jaar gedaan worden, maar gelukkig zijn er ook binnenbanen, hier worden de meeste officiële wedstrijden op geschaatst. Zo een schaatsbaan is 400 meter lang. Er gaan 2 schaatsers tegelijk van start, één in de binnenbocht en één in de buitenbocht, dit wisselen dan af, omdat anders de één een kortere afstand schaatst als de ander. Schaatsen wordt gedaan over verschillende afstanden, namelijk de 100, 300, 500, 1000, 1500, 3000, 5000 en 10000 meter.

  • Curling

Curling is een sport die ook op het ijs gedaan wordt. De spelers dragen geen schaatsen, maar wel speciale schoenen, ze hoeven namelijk niet zo veel te bewegen als andere sporters op het ijs, zoals schaatsers. De bedoeling van Curling is de stenen die over het ijs geschoven worden zo dicht mogelijk bij het midden van de cirkel aan het eind van de baan te schuiven. Twee teams strijden tegen elkaar, de stenen van de beide teams mogen ook tegen elkaar aanketsen om zo de tegenstander verder van het midden van de cirkel te duwen. Om de stenen een beetje te sturen over het ijs, zijn er 2 mensen die voor de steen uit vegen, op deze manier kan de steen kleine bochten maken en zo nauwkeuriger geworpen worden. Voor elke steen die dichter bij het midden ligt dan de dichtstbijzijnde steen van de tegenstander wordt een punt gescoord. Er worden in totaal 16 stenen geworpen, 8 voor het ene team en 8 voor het andere team.

  • Schans springen

Het schansspringen wordt op ski's gedaan, de atleten gaan een helling af, de schans. Aan het einde van de schans maken ze een sprong, de atleet die het verst komt, scoort het meeste punten. Maar je kunt niet alleen winnen door het verst te springen, de stijl waarmee je springt, is ook belangrijk, deze wordt beoordeeld door de jury. Bij deze sport wordt zelfs de sterkte van de wind meegerekend, bij een tegenwind krijgt een springer meer punten en bij wind mee, minder.

  • Langlaufen

Langlaufen is een skisport, het is lopen en glijden op ski's. Dit wordt dan over een lange afstand gedaan, degene die het eerst bij de finish is wint.

  • Biatlon

Biatlon is een skisport, hierbij wordt langlaufen(lopen en glijden op ski's) afgewisseld door geweerschieten op een doel. Als het doel gemist wordt betekend dit dat hij of zij strafpunten krijgt in de vorm van een tijdstraf. De doelen waar op geschoten wordt zijn 50 meter ver weg. De afstand die de atleten moeten afleggen verschilt per wedstrijd.

  • Shorttracken

Shorttracken is schaatsen op een korte baan, de baan is in plaats van 400 meter, maar 111 meter. De tijd die wordt gereden maakt niet uit, maar degene die het eerst over de finish komt, die wint. De afstanden die worden gereden bij het shorttracken zijn 500 meter, 1000 meter en 1500 meter. Omdat de bochten veel scherper zijn moeten shorttrackers heel goed opletten, het is namelijk zo veel makkelijker om de controle te verliezen en de baan uit te vliegen.

Terug naar boven

Vechtsport

  • Aikido

Officieel is Aikido eigenlijk geen vechtsport, in het traditionele Aikido worden namelijk geen wedstrijden gevochten, omdat je met deze vechtstijl alleen maar verdedigt, je reageert op de actie van je tegenstander. Met aikido gebruik je vooral de kracht van de tegenstander, hoe meer kracht hij heeft, hoe makkelijker het wordt om zijn kracht over te nemen en tegen zichzelf gebruiken.

  • Jiu Jutsu

De vertaling van Jiu Jutsu is "soepele techniek", hier gaat het dan ook om bij deze vechtsport. Officieel gezien is dit geen vechtsport maar een zelfverdedigingskunst waarmee je in een paar seconden een aanvaller kan uitschakelen. De technieken die gebruikt worden in Jiu Jutsu worden verdeeld in 3 verschillende groepen, namelijk: werptechnieken, greeptechnieken en slag-,stoot- en traptechnieken.

  • Karate

Karate betekent: "Lege hand". Bij karate zijn er wel wedstrijden maar het doel van deze sport is het verbeteren van je karakter. Bij karate worden er bijna geen werptechnieken gebruikt, maar vooral slag en trapbewegingen.

  • Kickboksen

Kickboksen is een sport waarbij je zowel je armen als je benen mag gebruiken. Een kickboks wedstrijd gebeurd in een ring, beide kickboksers dragen handschoenen. Er worden tijdens een wedstrijd punten gescoord door middel van trappen en stoten en continu doorvechten tot de tijd en het aantal rondes voorbij is. De wedstrijd wordt soms even stil gelegd wanneer één van de vechters een foute techniek gebruikt, dan kan je een waarschuwing krijgen of een strafpunt. De winnaar is diegene met het meeste aantal punten aan het einde van het gevecht, of wanneer er een knock-out plaatsvindt. Een knock-out is wanneer iemand langer als 10 tellen op de grond ligt. De scheidsrechter telt dit af

  • Taekwondo

Bij taekwondo ben je heel erg bezig met zelfbeheersing en respect, het draait dus niet alleen maar om het vechten. Ook taekwondo wordt gezien als een kunst van het zelfverdedigen, het is niet bedoeld om aan te vallen. Taekwondo betekend "de weg van vuist en voet" In taekwondo gaat het vooral om 4 verschillende onderdelen.

  1. Vrij gevecht: de tegenstanders proberen zo veel mogelijk punten te scoren bij elkaar, het is niet de bedoeling om iemand pijn te doen, maar om te laten zien dat je techniek beter is dan die van de tegenstander
  2. Schijngevecht: een vooraf ingestuurd gevecht vindt plaats met een ingebeelde tegenstander
  3. Zelfverdediging: Hier worden technieken gebruikt om je eigen lichaam te verdedigen
  4. Breektechnieken: Hierbij moeten de deelnemers bepaalde dingen breken met hun techniek, hierbij kun je denken aan stenen of planken.
  • Capoeira

Capoeira is een combinatie van dans en vechtkunsten. Capoeira is ontstaan in de tijd van de slavernij, de slaven mochten toen geen vechtsport beoefenen en besloten daarom deze vorm van dans, waarbij je veel slaande en schoppende bewegingen maakt te bedenken. Zo konden ze toch een vechtsport beoefenen, maar werden ze niet gestraft. Ook heeft Capoeira wat weg van turnen, de mensen die Capoeira doen, zijn vaak heel lenig.

  • Braziliaans grondworstelen

Officieel gezien is dit geen vechtsport maar een zelfverdedigingskunst waarmee je in een paar seconden een aanvaller kan uitschakelen. Bij het grondworstelen worden 3 technieken vooral gebruikt, namelijk werptechnieken, greeptechnieken en slag-, stoot- en traptechnieken. Je probeert te verdedigen op een manier die zo goed mogelijk aansluit bij de aanval van de tegenstander, zodat je extra effectief kan verdedigen.

  • Muay Thai

Deze sport is in Nederland ook bekend als thaiboksen en komt oorspronkelijk uit Thailand. Bij deze vechtsport is zeer veel toegestaan, zoals het gebruik van vuisten, ellebogen, knieën en benen. Apart van deze sport is dat ook naar het hoofd geschopt mag worden. Het is een sport waarbij je tijdens wedstrijden veel pijn krijgt te verduren, veel mensen doen daarom niet mee aan wedstrijden, maar trainen wel voor de lol of om in vorm te blijven. De trainingen zijn namelijk erg zwaar. Je krijgt er een goede conditie van maar ook veel kracht.

  • Schermen

Schermen is een sport die met degens wordt gedaan, een degen is een soort zwaard. Het gedeelte waarmee je steekt is echter een stuk dunner dan bij een normaal zwaard. Tijdens deze sport zijn de deelnemers natuurlijk goed beschermd, ook zit er een soort van kurk op de punt van de degen zodat niemand gewond kan raken. Je krijgt punten als je iemand raakt met de punt van je degen, je mag iemand op het hele lichaam raken.

  • Judo

Judo is een zelfverdedigingskunst, de twee hoofdonderdelen zijn grepen en worpen. Het is de bedoeling om je tegenstander uit te schakelen zonder hem te verwonden. Slaan stoten en schoppen zijn verboden tijdens judo, aangezien die je tegenstander kunnen verwonden. Judoka's hebben een speciaal pak aan wat een gi heet, hierdoor zijn ze makkelijker vast te pakken en wordt het makkelijker om grepen en worpen bij je tegenstander toe te passen.

  • Sumo worstelen

Sumo worstelen is een traditionele Japanse worstelsport. Meestal wordt deze sport gedaan, door gigantische dikke mannen. Het worstelen gebeurt in een cirkel. Je kunt een worstelpartij op twee verschillende manieren winnen. De eerste manier is door er voor te zorgen dat de tegenstander de grond in de cirkel raakt met een ander onderdeel van zijn lichaam dan zijn voeten. De tweede manier is door er voor te zorgen dat de tegenstander buiten de cirkel de grond raakt. Slaan is ook toegestaan tijdens deze sport, maar het blijft meestal vooral bij tillen, duwen en trekken.

Terug naar boven

Vrijetijdssport

  • Aerobics

Aerobics is een sport die bijna altijd op muziek word gedaan, je doet oefeningen op de maat van de muziek, meestal samen met een aerobics leraar. Aerobics wordt gedaan om:

  1. fitter te worden
  2. vetten en suikers te verbranden
  3. het lichaam te verbeteren
  4. sterker te worden
  • Darten

Darten is een sport die niet erg actief is. Bij darten gooi je met pijltjes richting een dartbord, dat is een bord waar punten op staan. Je moet proberen zo snel mogelijk van de 501 naar 0 te gaan, elke speler mag om de beurt 3 pijltjes gooien. Een belangrijke regel bij het darten is dat je met je laatste pijl in 1 van de buitenste randen moet gooien, deze zijn dubbele punten waard. Dus heb je nog 40 punten over, dan moet je gooien op de dubbel 20. Verder heb je ook nog een rij tussen het midden van het bord en de rand van het bord, deze zijn 3 keer zoveel punten waard, deze heten de triples. Gooi je een triple 20, dan heb je dus 60 punten. Met triples mag je niet eindigen.

  • Fitness

Met fitness bedoelen we alles wat je in de sportschool kan doen, van loopbanden tot halters en van roeiapparaten tot bankdrukken. Met fitness bestaan er dus een heleboel verschillende oefeningen. Je kunt verschillende redenen hebben om te fitnessen, sommige mensen komen voor de conditie en sommigen om meer spieren te krijgen. Met fitness is het erg belangrijk dat een trainer je laat zien hoe je moet trainen, als je de oefeningen op een verkeerde manier doet dan is het mogelijk dat je blessures oploopt waardoor je een hele lange tijd niet kan trainen.

  • Frisbee

Je weet vast wel wat een frisbee is, veel mensen frisbeeën op het strand of op vakantie in hun vrije tijd. Het is een platte schijf die goed door de lucht kan vliegen. Maar frisbee is ook een sport, een snelle en spectaculaire teamsport die door het grootste deel van de frisbeespelers in Nederland wordt gedaan in competitieverband. Je kunt het doen op het veld, in de zaal of op het strand met een team van alleen mannen, alleen vrouwen, maar ook door elkaar gemengd. De competitie staat open voor iedereen, na een paar trainingen kan men op laag niveau altijd een keer meespelen. Belangrijkste voor deze sport zijn techniek en tactiek, maar ook snelheid en kracht zijn erg belangrijk. Je kunt een punt scoren door de frisbee te vangen achter de "doellijn" van de tegenstander.

  • Gym

Gym heeft iedereen vast wel gedaan op school. Soms doe je aan voetballen, soms aan trefballen en dan weer aan tikkertje. Bij gym doe je eigenlijk van alle sporten een beetje!

  • Joggen

Joggen is eigenlijk hetzelfde als hardlopen, maar dan zonder dat je wedstrijden doet. Joggen doe je gewoon in je vrije tijd en vaak buiten, zodat je een betere conditie krijgt.

  • Skateboarden

Skateboarden is ontstaan door surfers die wilden surfen op het land. Ze besloten wieltjes onder een surfboard te maken. Vooruitkomen op een skateboard doe je door te steppen of te slalommen(dat is steeds bochtjes naar links en naar rechts maken). De sport is nog vrij jong, nu ongeveer 50 jaar oud, maar het is heel snel erg populair geworden, vooral bij jongeren.  Bij skateboarden is vooral het doen van trucjes heel belangrijk. Er zijn veel verschillende trucjes, zoals de kickflip, dan schop je je skateboard zo dat hij precies 1 rondje maakt en weer onder je voeten terecht komt en de handplant, dan doe je de handstand met het board aan je benen.

  • Skeeleren/skaten

Skeelers kun je eigenlijk de moderne rolschaats noemen, in plaats van wielen die in 2 rijen van 2 zitten, zitten de 4 wielen bij skeelers achter elkaar. Skeeleren lijkt dus eigenlijk heel veel op schaatsen, maar dan zonder ijs. In Nederland doen dan ook veel professionele schaatsers in de zomer, bij gebrek aan ijs, aan skeeleren. Omdat skeeleren geen Olympische sport is, stappen ook veel professionele skeeleraars over op schaatsen.

Je hebt een aantal verschillende wedstrijdvormen bij het skeeleren, zoals het tijdrijden en de afvalraces. Bij het tijdrijden gaat het erom wie het snelst bij de finish is, bij de afvalraces, valt elke rondje de laatste af. Zo blijven er bij de laatste ronde nog maar 2 deelnemers over, degene die wint is degene waarvan het eerste wiel van de skeeler het eerst over de finish komt

  • Touwtjespringen

Touwtjespringen heb je vast wel eens gedaan op het schoolplein of met buitenspelen. Wat je misschien nog niet wist is dat dit ook een echte sport is, hierbij oordeelt de jury wie de winnaar is. Ze bekijken dan hoe snel iemand springt, dat kan soms wel eens 6 keer per seconde zijn en over hoe iemand Freestyle doet, dat zijn zo goed mogelijk uitgevoerde en zo origineel mogelijke trucjes doen tijdens het springen. Je hebt wedstrijden waar je in je eentje moet springen, maar ook waarbij je met meerdere in één touw springt.

  • Touwtrekken

Bij het touwtrekken heb je twee teams die allebei zo hard mogelijk aan het uiteinde van een touw moeten trekken, het team dat er het eerst voor zorgt dat het lint van de tegenstander over de middenlijn is, wint! Je hebt verschillende klassen waarin je mag meedoen, zoals bijvoorbeeld de 560 en de 640 kilo, dit betekent dat je hele team niet zwaarder dan 560 of 640 kilo mag wegen.

  • Vissen

Bij het vissen is het de bedoeling dat je een vis vangt, met een hengel, deze bestaat simpel gezegd uit een lange stok met daaraan een lijntje en een haakje. Aan het haakje doe je dan wat aas, dat is eten waarmee je de vis lokt, zodat hij in het haakje gaat bijten. Zodra je beet hebt, dan probeer je de vis binnen te halen. Mensen vissen vaak in hun eentje voor de ontspanning, maar er worden ook wel eens wedstrijden georganiseerd waarbij de visser die de meeste of grootste vissen vangt, wint.

Terug naar boven

Watersport

  • Golfsurfen

Golfsurfen is de sport, waar sporten als snowboarden en skateboarden oorspronkelijk vandaan komen.

Golfsurfen wordt gedaan op een langwerpig bord, wat een surfboard genoemd wordt. Met golfsurfen probeer je terwijl je op je bord staat, mooi door de golven heen te bewegen, soms worden er ook trucjes gedaan. Hoe hoger de golven zijn hoe spannender het is voor de deelnemers!

  • Kitesurfen

Bij het kitesurfen sta je net als bij het golfsurfen op een surfboard, deze is meestal alleen iets kleiner en je wordt voortgetrokken door een vlieger. Door de vlieger en je board op de juiste manieren te bewegen, kan je bochten en snelheid maken. Door de vlieger is het voor de surfers ook mogelijk om veel hoger te springen dan bij het normale surfen, hierdoor is het mogelijk om veel meer verschillende trucjes te doen.

  • Roeien

Bij het roeien zit je in een boot, je hebt dan een peddel vast waarmee je ervoor zorgt dat je vooruit gaat, voor roeien heb je dus sterke armen nodig. Het aparte van roeien is dat je met je rug naar de richting toe zit waar je heen moet. Roeien wordt gedaan in boten van 1 persoon, maar ook vaak in boten waar meerdere mensen inzitten. Het is bij roeien de bedoeling dat je zo snel mogelijk bij de finish bent.

  • Schoonspringen

Bij het schoonspringen is het de bedoeling dat je op een zo mooi mogelijk manier van de duikplank afspringt. Je kunt hierbij denken aan salto's, schroeven en duiken. De jury oordeelt hierover, ze kijken hoe origineel je sprong is en hoe goed je de sprong uitvoert. Er wordt gesprongen vanaf verschillende hoogtes, zoals de 1 meter, de 5 meter en de 10 meter.

  • Schoonzwemmen

Schoonzwemmen wordt ook wel synchroonzwemmen of waterballet genoemd. Het lijkt namelijk ook heel erg op ballet, maar dan in het water. Op de muziek worden door de zwemmers verschillende bewegingen en figuren gemaakt in het water, dit gebeurd allemaal tegelijk, dus iedereen doet hetzelfde. De jury bepaald wie van de ploegen de winnaar is.

  • Surfen

Surfen wordt gedaan op het water en met een zeil aan je surfboard, zodat je makkelijk kan sturen en de snelheid wordt bepaald door de wind. Het moeilijkste van het surfen is beginnen, je zeil ligt namelijk plat op het water als je wil beginnen, je moet het zeil naar je toe trekken zodat het wind kan vangen en dan kan je pas vooruit. Je moet er heel goed op letten dat je precies genoeg kracht zet, als je namelijk te weinig kracht zet, val je voorover op je zeil en als je te veel kracht zet, dan val je naar achter in het water en trek je je zeil bovenop je. Surfen kan ook in wedstrijdverband gedaan worden

Enkele voorbeelden van onderdelen van het (wind)surfen zijn:

  1. Slalom, hier moet je zo snel mogelijk een parcours afleggen
  2. Wave, hier moet je springen en golfrijden in de golven
  3. Freestyle, hier moet je springen en trucjes uithalen op vlak water
  • Waterpolo

Waterpolo is een balsport in het water. Je hebt hier 2 goals en het is de bedoeling om de bal in de goal van je tegenstander te gooien, zo scoor je een doelpunt. Dit wordt ook wel handbal in het water genoemd. Één team bestaat uit 6 spelers en 1 keeper. Je kunt je teamgenoten herkennen aan de badmuts die ze op hebben.

  • Zeilen

Zeilen wordt gedaan op het water met een zeilboot. Door het zeil te draaien kun je bochten maken, je bestuurt het zeil met een roer, daar zit je naast. Je moet zorgen dat deze altijd de goede kant op staat, want als de wind er niet in komt, dan kom je niet voorbij. Met het roer kan je dus naar links en naar rechts, maar links en rechts hebben andere namen als je op het water zit.  Links wordt bakboord genoemd en rechts wordt stuurboord genoemd.

  • Zwemmen

Bij de sport zwemmen, gebruik je je armen en je benen om vooruit te komen in het water. De zwemmer die de gegeven afstand het snelste zwemt, die wint. Je hebt afstanden als de 50 meter, 100 meter en de 200 meter. Je hebt dan ook nog verschillende zwemslagen die je moet uitvoeren tijdens de wedstrijd. Zo heb je bijvoorbeeld de borstcrawl, rugslag en de schoolslag, deze leer je op school bij schoolzwemmen. Borstcrawl staat bekend als de snelste slag en de schoolslag als de meest langzame.

Terug naar boven

Wielersport

  • Baanwielrennen

Baanwielrennen is iets anders als normaal wielrennen, je doet dit namelijk op een ovalen baan waarvan de bochten een beetje omhoog staan, zodat je extra hard door de bochten heen kan. Het baanwielrennen gaat ook over hele korte afstanden, maximaal 3000 meter, terwijl de kortste wielren afstand al langer is dan 3000 meter. 

  • BMX

BMX'en is een aparte vorm van fietsen en staat bekend als een extreme sport. Je rijd met je BMX mountainbike over heuvelige en zanderige terreinen. Je hebt verschillende wedstrijdvormen, namelijk de race en de Freestyle. Bij de race is het de bedoeling om zo snel mogelijk over de finish te komen, maar bij de Freestyle is het de bedoeling dat je tricks maakt die zo origineel en zo moeilijk mogelijk zijn. De jury bepaalt dan wie dit het best heeft gedaan. Het freestylen gebeurd soms op een normaal parcours, maar ook vaak in een halfpipe, dat is een U-vormige baan waar je door vaart kan maken extra hoog kan komen en betere tricks kan doen.

  • Mountainbiken

Het mountainbiken lijkt heel erg op het BMX'en, het grote verschil is dat mountainbiken zich minder bezig houdt met het maken van tricks, ook zijn de parcours vaak langer dan bij het BMX'en. Bij het mountainbiken rij je meestal ook op moeilijker terrein, daarom zijn de banden van een mountainbike meestal ook veel dikker. Bij het mountainbiken zijn er ook geen competities in het freestylen.

  • Veldrijden

Het veldrijden is een wielersport waarbij de fietsers zo snel mogelijk het parcours af moeten leggen, de fietser die het eerst bij de finishlijn is, die wint. Bij het veldrijden zijn de grootste gedeeltes van de wegen niet geasfalteerd en rijden de fietsers door bossen, over velden en over zandwegen. Bij het veldrijden mag je je fiets op je schouder nemen en ermee gaan lopen, dit is soms nodig, omdat sommige gedeeltes van het parcours best wel eens onmogelijk zijn om te bereiken met de fiets.

  • Wielrennen

Wielrennen is toch wel de meest populaire wielersport van dit moment. Je hebt vast wel eens de Tour de France gezien op de televisie. Meestal moeten de fietsers erg lange afstanden afleggen, soms wordt er wel 250 kilometer op één dag gereden. Dat betekent dat ze ongeveer vanaf het bovenste puntje van Nederland, naar België rijden, doe dat maar eens na!

Terug naar boven

Overige sporten

  • Boogschieten

Bij het boogschieten is het de bedoeling dat je met een boog, pijlen richting een doel schiet. Vroeger gebruikte mensen pijl en boog om te jagen of in de oorlogen, maar nu gebruiken de meeste mensen het alleen nog om te sporten. Wel is het bij deze sport zo dat er vaak op rubberen dieren of op een ronde schrijf met 3 kleuren geschoten wordt. De schutter die de meeste doelen raakt, die wint de wedstrijd.

  • Karten

Karten is een vorm van racen in kleine autootjes die karts heten. Voor het rijden in deze karts is geen rijbewijs nodig, dus het is eigenlijk mogelijk vanaf elke leeftijd. Er zijn wel veel verschillende soorten karts, verschillende klassen, die harder gaan en dus gevaarlijker zijn, hier mag niet iedereen zomaar in rijden. Ook is het verplicht om bij het karten een helm te dragen. Er zijn veel banen in Nederland waar je een kart kan huren om voor de lol te gaan karten, maar er zijn ook serieuze wedstrijden. Veel formule 1 coureurs zijn begonnen met karten.

  • Paardrijden

Bij het paardrijden, zit je op een paard, tijdens de wedstrijden kom je dan ook niet van het paard af. Met paardrijden heb je veel verschillende soorten wedstrijden. Een voorbeeld is bijvoorbeeld: "dressuur", hierbij zit je op het paard en probeer je het paard trucjes uit te laten voeren, zoals lopen in draf. Hoe beter het paard luistert, hoe meer punten je verdient. Een ander bekend onderdeel is het spring concours, hierbij moeten de paarden over obstakels springen en dan zo snel mogelijk de finish bereiken. Je krijgt strafpunten voor elke keer dat je een obstakel raakt.

  • Parkour

Parkour, wordt ook wel eens freerunning genoemd, hierbij is het de bedoeling dat je zo snel en vloeiend mogelijk langs, over of onder obstakels doorgaat. Dit wordt overal gedaan, vooral op straat. Je kan dan alles gebruiken als obstakel, denk aan bushokjes, bankjes en muren. Voor sommige mensen is het genoeg om deze obstakels zo vloeiend mogelijk te passeren, maar er zijn ook veel sporters die het nog extra mooi willen doen, bijvoorbeeld door het maken van salto's en springen op zo hoog mogelijke plekken.

  • Turnen

Turnen is een sport die wordt uitgevoerd met het gebruik van toestellen. Turnen is niet maar één onderdeel, maar bestaat uit veel onderdelen.

Een paar voorbeelden zijn: De balk, de rekstok en de trampoline. Op de balk, loop je, zoals de naam het al zegt op een balk, hier moet je zo goed mogelijk je evenwicht bewaren en ondertussen ook nog kunstjes uitvoeren zoals de handstand. Als je aan de rekstok turnt, dan doe je zoveel mogelijk kunstjes uit een zwaaiende beweging, je bent namelijk steeds heen en weer aan het zwaaien aan de rekstok.

Op de trampoline is het ook de bedoeling dat je zoveel mogelijk kunstjes doet, doordat je als je op een trampoline spring, je veel hoger komt dan wanneer je normaal springt, kan je veel meer kunstjes doen!. Bij het turnen is het zo dat de jury bepaald wie er gewonnen heeft

Terug naar boven